arrow_rightarrow_righticon_excelicon_pficon_ppticon_wordmagnifier

Programma

Klik op  om meer informatie te bekijken van een sessie.

dinsdag 01 nov

09:00

Ontvangst

09:25

Welkom

Femke Bouwman, NGN

09:30

In gesprek met… ‘dementie.nl over online bijeenkomsten voor mantelzorgers’

Annebel van Rijn, community manager Dialoog en Landelijke Hulp, Alzheimer Nederland

Nou, ik vind het best meevallen met je vader?” zei een familielid na een uurtje op visite te zijn geweest. “Je mag wel wat meer geduld hebben met je vrouw!” zei de buurvrouw toen ik uit mijn slof schoot omdat ik voor de zoveelste keer moest uitleggen dat de kinderen niet zo uit school kwamen, omdat ze al ruim 5 jaar op zichzelf wonen. En “Let goed op jezelf hè?”. Dit zijn opmerkingen die mantelzorgers te horen krijgen, maar die niks bijdragen aan zich begrepen voelen.

En daarom is het contact met lotgenoten zo belangrijk. Aan hen hoef je jezelf niet te verontschuldigen dat je niet altijd geduld hebt. Dat je niet altijd het verschil ziet tussen je geliefde familielid en de ziekte. Want zij weten dat. Zij hebben het ook.

Gelukkig mogen wij vanuit dementie.nl (Alzheimer Nederland) daarmee helpen. Bijvoorbeeld door het organiseren van online bijeenkomsten. Benieuwd hoe wij dit aanpakken? Dat leggen we samen uit in een gesprek met een van onze deelnemers.

Annebel van rijn

Annebel van Rijn

Community manager dialoog en landelijke hulp

09:45

PET van de hersenen: betekenis nu, en later

Cécile de Pont, nucleair geneeskundige, Jeroen Bosch Ziekenhuis

Aan de hand van diverse vraagstellingen vanuit de kliniek, worden PET-beelden getoond die meerwaarde hadden in het uitsluiten of aantonen van ziekte, het differentiëren van diagnoses, of zelfstandig tot de (soms onverwachte) diagnose geleid hebben. Hoe de betekenis van PET vandaag verder gaat dan antwoorden geven op individueel patiëntniveau, wat we er van aan het leren zijn, en waar PET diagnostiek van de hersenen ons naar toe leidt. Hoe ziet beeldvormende techniek voor de geheugenpoli eruit in de toekomst?

Cécile de Pont

Cécile de Pont

Nucleair geneeskundige

10:15

Intimiteit en seksualiteit bij dementie

Noëlle Sant, kennismanager, Vilans, kennisorganisatie voor zorg en welzijn

De behoefte aan intimiteit en seksualiteit blijft een leven lang bestaan, en ook voor iemand met dementie verdwijnen deze gevoelens niet. Het ziektebeeld kan er wel voor zorgen dat iemand zich anders uit. Ik neem jullie graag mee in de beleving van deze persoon, en die van zijn of haar naasten. Wat verandert er? Waar kun je als zorgprofessional op letten? Hoe ga je ermee om? Hoe ga je het gesprek aan? En waar hebben we het eigenlijk over? Aan de hand van bestaande literatuur en vele praktijkervaringen van zorgprofessionals vertel ik jullie graag meer over deze twee bijzondere facetten van een mensenleven.

Noëlle Sant

Noëlle Sant

Kennismanager

10:45

Pauze

11:15

Diagnostiek op de juiste plek: wat is mogelijk in de 1 ½ lijn?

Amadea Gloudemans, specialist ouderengeneeskunde, Van Neynsel

Help, mijn geheugenpoli stroomt over! Wat kan ik doen om de dubbele vergrijzing en toenemende vraag om geheugenonderzoek op de poli de baas te blijven?”

Doe een inkijkje in de keuken van de regio Den-Bosch waar geprobeerd wordt om ziekenhuisoverstijgend met dit probleem om te gaan. Hoor hoe een specialist ouderengeneeskunde een rol kan spelen in de eerste lijn om een deel van deze vragen op te pakken. In een vogelvlucht lopen we verschillende aspecten langs. Wat kan een specialist ouderengeneeskunde doen in de diagnostiek en wanneer heeft dit een meerwaarde? Hoe is de financiering geregeld? Hoe verloopt de triage? Maar vooral: wanneer is diagnostiek nu wenselijk op een geheugenpoli en wanneer thuis en hoe zorg je vervolgens in je regio dat de diagnostiek zoveel mogelijk op de juiste plek plaatsvindt?

IMG-20210305-WA0003

Amadea Gloudemans

Specialist ouderengeneeskunde

Parallelsessies ronde I

11:45

1.1 Cognitieve stoornissen door vasculaire schade (VCI): passende zorg

Sara van de Schraaf, promovendus en neuropsycholoog en Eefje Sizoo, senior onderzoeker en specialist ouderengeneeskunde - Amsterdam UMC

Het aantal mensen met dementie blijft toenemen. Tegelijkertijd is daar het streven zo lang mogelijk thuis te blijven wonen. Niet alleen de druk op mantelzorgers neemt hierdoor toe maar ook ontstaat een groeiende behoefte aan een passend zorgaanbod.

Vascular Cognitive Impairment: VCI
Vasculaire schade is na de ziekte van Alzheimer de meest voorkomende oorzaak van cognitieve stoornissen of dementie.  Mensen met VCI verschillen evenwel van andere patiënten wat betreft hun symptomen, de klinische presentatie en het ziekteverloop. Mogelijk hebben zij tevens andere zorgbehoeften.
In ons onderzoek brengen we samen met zorgprofessionals de behoeften van thuiswonende mensen met VCI en hun naasten in kaart, om zo te komen tot adviezen omtrent zorg op maat voor deze groep.

Wat geven mensen met VCI en hun naasten zelf aan? In onze workshop presenteren we de resultaten van onze recent uitgevoerde interviewstudie en sparren graag met u over de vormen van zorg of begeleiding die aan deze groep geboden kunnen worden om in hun specifieke zorgbehoefte te voorzien.

Sara van de Schraaf

Sara van de Schraaf

Promovendus en neuropsycholoog

Eefje Sizoo

Eefje Sizoo

Senior onderzoeker en specialist ouderengeneeskunde

1.2 Rijgeschiktheid bij dementie en de rol van de rijsimulator

Rients Huitema, klinisch neuropsycholoog, UMCG

Autorijden is voor veel mensen belangrijk om actief deel te kunnen nemen in de maatschappij en voor het gevoel van autonomie. Wanneer de diagnose dementie is gesteld is autorijden soms voor beperkte tijd nog mogelijk. Maar hoe zit dit precies met de regelgeving en de procedure bij het CBR? En aan welke voorwaarden moet worden voldaan zodat dit nog veilig is? Gelden dezelfde eisen voor verschillende vormen van dementie? In deze workshop zullen deze aspecten uiteen worden gezet. Verder zal worden ingegaan op hoe de huidige rijgeschikheidsbeoordeling kan worden verbeterd door gebruik te maken van geavanceerde meetinstrumenten zoals een rijsimulator, maar ook hoe deze meetinstrumenten als ijkpunt kunnen dienen voor minder geavanceerde, meer praktisch toepasbare instrumenten.

Rients Huitema

Rients Huitema

Klinisch neuropsycholoog

1.3 Casuïstiek: Intimiteit en seksualiteit, hoe gaan we hiermee om in de praktijk

Noëlle Sant, kennismanager, Vilans, kennisorganisatie voor zorg en welzijn

Samen met een zorgorganisatie neemt Noëlle Sant je mee in de do’s en don’ts. Aan de hand van casussen en voorbeelden gaan we met elkaar in gesprek over hoe je intimiteit en seksualiteit kan herkennen, benoemen en het gesprek erover kan voeren. We onderscheiden daarin drie niveaus: kennis, attitude, en vaardigheden. Wat heb je aan kennis nodig? Ben je je bewust van je eigen houding t.a.v. intimiteit en seksualiteit, en weet je hoe je het gesprek kan voeren? We maken gebruik van diverse instrumenten die zijn ontwikkeld binnen het SIVIL-project, een project dat Vilans en Rutgers samen uitvoeren in opdracht van ZonMw.

Link: SIVIL – Seksualiteit & Intimiteit in Verpleeghuizen: Interventies en Lerende netwerken – ZonMw

Noëlle Sant

Noëlle Sant

Kennismanager

1.4 REMIND Veerkrachtmonitor mantelzorgers

Wouter Vos, onderzoeksmedewerker geriatrie en Dorien Oostra, OIO, Alzheimercentrum, Radboudumc

Stel: je bent mantelzorger van een naaste met dementie. Als mantelzorger krijg je tegenwoordig steeds meer op je bordje, met het langer thuis blijven wonen wordt de zorgvraag ook steeds complexer. Je naaste met dementie verandert langzaam van levenspartner, vader of moeder naar een hulpbehoevende patiënt. Daarnaast krijg je, met het vorderen van de dementie, steeds nieuwe taken bij waardoor de ervaren belasting nog verder toeneemt. Je wilt je sociale kring niet lastig vallen met je hulpvraag want zij hebben het al zo druk met hun eigen zorgen. Het volgende huisbezoek met de casemanager staat pas over zes weken gepland en aangeven dat het niet meer gaat voelt als opgeven.

Een sterk aangedikt verhaal? Nee, alledaagse kost voor meer dan de helft van de mantelzorgers van een naaste met dementie. 53% van de Nederlandse mantelzorgers voelt zich tamelijk, zwaar of zeer zwaar belast. De ondersteuning van casemanagement is inmiddels onmisbaar geworden, maar het blijft lastig om goed te anticiperen op dreigende overbelasting van de mantelzorger. Met de inzet van REMIND verkrijgt de casemanager wekelijks inzicht in verschillende facetten van mantelzorger welbevinden. De casemanager kan aan de hand van dat inzicht een gesprek aangaan of een andere interventie aanbieden.

Tot op heden hebben we ons gefocust op de ondersteuning aangeboden vanuit de casemanager, maar kan REMIND ook nuttig zijn op de geheugenpoli? Wij gaan samen met jullie graag op zoek naar de mogelijkheden binnen dit kader. Nieuwsgierig? Wij ook!

Wouter Vos

Wouter Vos

Onderzoeksmedewerker geriatrie

Dorien Oostra

Dorien Oostra

OIO, Alzheimercentrum

12:30

Lunchpauze en gelegenheid tot netwerken

Posterpresentaties | NGN werkgroepen | ABOARD focusgroepen

13:00

Facultatief: Lunchsessies

Workshop - Op weg naar dementievriendelijke ziekenhuizen

Annette Keuning, promovendus Health Science-Nursing research, NHL Stenden, RUG, UMCG en Valerie de Groot, medewerker Onderzoek en Validatie, Vilans

Tijdens deze lunchsessie gaan deelnemers zelf creatief aan de slag. Het doel is dat zij aan het eind van de sessie met elkaar gedeeld hebben:

  1. Hoe volgens hen een dementievriendelijk ziekenhuis eruit ziet.
  2. Hoe dementievriendelijk hun eigen ziekenhuis op dit moment is; en
  3. Wat een mogelijke eerste stap zou kunnen zijn om deze dementievriendelijker te maken.

Valerie en Annette maken gebruik van de pressure cooker methode; een effectieve manier van brainstormen. Deze unieke methode zorgt ervoor dat deelnemers in een brainstorm sneller fundamentele keuzes maken en concrete oplossingen en acties bedenken. Deelnemers reageren vanuit hun intuïtie of gevoel, wat essentieel is voor creatief brainstormen. Doordat er weinig tijd is moet je wel gebruik maken van je intuïtie. Dit levert vaak in korte tijd het ene spontane idee na het andere op, zonder te denken aan mogelijke beperkingen.

Annette Keuning

Annette Keuning

Onderzoeker

Workshop - Hersengezondheid en dementie risicoreductie op de geheugenpoli

Lotte Truin, promovendus bij Alzheimer Centrum Limburg, Maastricht University, MUMC+ en Irene Heger, postdoc bij Alzheimer Centrum Limburg, Maastricht University, MUMC+

In deze lunchsessie worden deelnemers op een creatieve manier gevraagd mee te denken over een hulpmiddel voor gebruik op de geheugenpoli. De vraag die centraal staat in deze sessie is:

‘Hoe ziet het ideale hulpmiddel over hersengezondheid en dementie risicoreductie voor gebruik op de geheugenpoli eruit volgens de deelnemers?’

Irene en Lotte maken gebruik van ‘mind mapping’: een methode om in korte tijd gestructureerd ideeën en bijbehorende informatie rond een concept visueel uiteen te zetten. Deze methode is ideaal voor een brainstorm omdat het gebruik hiervan leidt tot creatief en verscherpt denken en een stroom van verschillende gedachten op gang brengt.

Lotte Truin

Lotte Truin

promovendus bij Alzheimer Centrum Limburg, Maastricht University, MUMC+

Irene Heger

Irene Heger

postdoc bij Alzheimer Centrum Limburg, Maastricht University, MUMC+

13:45

Pitch posterwinnaar NGN congres 2021: Een gepersonaliseerde uitslagpagina voor de geheugenpolikliniek

Aniek van Gils, arts-onderzoeker en PhD-student, Alzheimercentrum Amsterdam, Amsterdam UMC

Aniek van Gils

Aniek van Gils

Arts-onderzoeker en PhD-student

Uitreiking posterprijs 2022

14:00

Innovaties op de geheugenpoli – interactieve discussie
Iedere erfelijke aanleg een eigen behandeling?

Sven van der Lee, senior arts-onderzoeker en geneticus, Amsterdam UMC

Het risico op de ziekte van Alzheimer, maar ook andere oorzaken van dementie, worden voor een groot deel door erfelijke aanleg bepaald. Met grote studies vinden onderzoekers nieuwe genen dit het risico beïnvloedden. In mijn presentatie zal ik voor u de nieuwste genetische ontdekkingen samenvatten en laten zien dat we met genetische risico-scores al (deels) kunnen voorspellen wie er dementie krijgt. Ook bespreek ik dat de genen verschillende biologische processen beïnvloedden en dat alle patiënten hun eigen combinatie van risico-genen hebben. Ofwel, iedere patiënt heeft zijn unieke erfelijke aanleg. In de klinische trials heeft erfelijke aanleg heeft invloed op doseringen en op bijwerkingen van medicatie. Ik denk dat we in de toekomst de behandeling van patiënten afstemmen op hun erfelijke aanleg.

Sven van der Lee

Sven van der Lee

Senior arts-onderzoeker, afdeling klinische genetica, Amsterdam UMC

14:40

Neuro-imaging: kwantitatieve beoordeling op de geheugenpolikliniek

Meike Vernooij, neuroradioloog, Erasmus MC

Beeldvormend onderzoek vormt een kernonderdeel van de diagnostische work-up in de geheugenkliniek. De beoordeling van deze beelden gebeurt in de standaard praktijk visueel, door gebruik van o.a. visuele rating scales. Dergelijke visuele beoordeling kent echter limitaties, vooral in het beoordelen van subtiele (vroege) atrofie, of het vervolgen van verandering in de tijd. Kwantitatieve beoordeling (volumetrische informatie) kan mogelijk toegevoegde waarde bieden. Deze presentatie zal een overzicht geven van het gebruik van dergelijke kwantitatieve informatie in de klinische praktijk, de potentiële voordelen en de huidige beperkingen en nadelen die hier nog aan kleven.

Meike Vernooij

Meike Vernooij

Neuroradioloog

15:10

Mededelingen vanuit het NGN

Femke Bouwman, neuroloog, voorzitter NGN

Femke Bouwman

Femke Bouwman

Neuroloog, voorzitter NGN

15:20

Pauze

Parallelsessies ronde II

15:45

2.1 Drempels onderweg naar de geheugenpoli voor oudere migranten: hoe lossen we ze op?

Miriam Goudsmit, klinisch psycholoog OLVG, Amsterdam & Jos van Campen, klinisch geriater, OLVG

In deze sessie gaan Jos van Campen, klinisch geriater en Miriam Goudsmit, klinisch psycholoog, beide werkzaam in OLVG in Amsterdam in op bovenstaande vragen. Zij presenteren het zorgpad wat voor Amsterdam-West werd ontwikkeld en praten u bij over de nieuwste bevindingen over verschillen in presenting symptoms, waaronder resultaten uit eigen onderzoek (PROPS studie). Daarnaast vertellen ze u over de ervaringen met de anderhalfde lijns geheugenpoli. Er is ruimte voor vragen en discussie.

Miriam Goudsmit

Miriam Goudsmit

Klinisch psycholoog OLVG

2.2 Vasculaire laesies: betekenis strategische locaties voor MCI en dementie

Matthijs Biesbroek, neuroloog, Diakonessenhuis & UMC Utrecht

Bij patiënten met milde cognitieve stoornissen en dementie wordt regelmatig beeldvorming van de hersenen ingezet om een specifieke etiologische diagnose te onderbouwen en alternatieve oorzaken van cognitieve stoornissen uit te sluiten. Op groepsniveau is de ernst van zichtbare vasculaire schade en atrofie geassocieerd met de ernst van de cognitieve stoornissen, maar op individueel niveau is deze relatie zeer variabel. Patiënten met dementie hebben soms relatief weinig vasculaire schade en atrofie, terwijl er ook veel mensen zijn met uitgesproken vasculaire schade en atrofie die geen cognitieve stoornissen hebben. Een verklaring hiervoor is dat globale maten van schade beperkt informatie geven over de impact op hersennetwerken en -functies.

De cognitieve gevolgen van herseninfarcten en vasculaire witte stofafwijkingen zijn sterk afhankelijk van locatie. Door informatie over laesie locatie te koppelen aan kennis van strategische locaties en hersennetwerken kunnen de cognitieve gevolgen van laesies nauwkeuriger ingeschat worden. Binnen het Meta VCI Map consortium (www.metavcimap.org) hebben we recent een complete kaart gemaakt van strategische infarct locaties en een ‘location impact score’ ontwikkeld die gebruikt kan worden om de kans op cognitieve stoornissen na een herseninfarct te voorspellen. Deze score kan worden toegepast door de locatie van het infarct op een CT of MRI scan visueel te beoordelen. Een vergelijkbare score, de ‘strategic WMH score’ is ontwikkeld voor vasculaire witte stofafwijkingen en kan mogelijk helpen om in te schatten in hoeverre vasculaire witte stofafwijkingen bijdragen aan cognitieve stoornissen bij een patiënt met milde cognitieve stoornissen of dementie. Tenslotte kan met behulp van de ‘network impact score’ de locatie van infarcten op een routine scan gekoppeld worden aan informatie over hersennetwerken om de cognitieve gevolgen beter te voorspellen. Om toepassing van dergelijke geavanceerde scan analyse methoden in de praktijk mogelijk te maken is verdere automatisatie en validatie nodig.

Matthijs Biesbroek

Matthijs Biesbroek

Neuroloog, Diakonessenhuis & UMC Utrecht

2.3 Casuïstiek – Cerebrale Amyloïd Angiopathie

Tanja-anne Hoogendoorn-Stroband, neuroloog Ziekenhuis Rivierenland Tiel

Cognitieve stoornissen of dementie op basis van cerebrale amyloïd angiopathie (CAA) is een minder vaak gestelde diagnose op de geheugenpolikliniek. Wat zijn de verschijnselen die gepaard gaan met dit ziektebeeld en hoe verhoudt het zich tot andere dementiesyndromen? Dit wordt besproken naar aanleiding van een aantal casus.

2.4 Rijgeschiktheid bij dementie en de rol van de rijsimulator

Rients Huitema, klinisch neuropsycholoog, UMCG

Autorijden is voor veel mensen belangrijk om actief deel te kunnen nemen in de maatschappij en voor het gevoel van autonomie. Wanneer de diagnose dementie is gesteld is autorijden soms voor beperkte tijd nog mogelijk. Maar hoe zit dit precies met de regelgeving en de procedure bij het CBR? En aan welke voorwaarden moet worden voldaan zodat dit nog veilig is? Gelden dezelfde eisen voor verschillende vormen van dementie? In deze workshop zullen deze aspecten uiteen worden gezet. Verder zal worden ingegaan op hoe de huidige rijgeschikheidsbeoordeling kan worden verbeterd door gebruik te maken van geavanceerde meetinstrumenten zoals een rijsimulator, maar ook hoe deze meetinstrumenten als ijkpunt kunnen dienen voor minder geavanceerde, meer praktisch toepasbare instrumenten.

Rients Huitema

Rients Huitema

Klinisch neuropsycholoog, UMCG

16:30

Borrel